Hoewel de financiële resultaten over 2024, het laatste jaar van de vorige legislatuur, op het eerste gezicht positief ogen, met een aanzienlijk overschot op exploitatie en een sterke autofinancieringsmarge, wijzen ze tegelijk op structurele tekortkomingen in het gevoerde beleid.
Er valt niet te ontkennen dat dit overschot voor een groot stuk het gevolg is van een beleidsmatige stilstand op het einde van de vorige legislatuur. Maar een structureel overschot wijst ook op gemiste kansen. In de afgelopen legislatuur werd slechts 62% van de geplande investeringen gerealiseerd. Investeringswerken op het vlak van infrastructuur (Heirweg en Rijksweg) werden doorgeschoven naar 2025, net zoals de realisatie van de trage weg in Ooigem, de speelinfrastructuur in de Spaanderstraat, de ontwikkeling van het Speelbos en investeringen in ICT en energiebesparing. In tijden van snel stijgende prijzen betekent uitstel dat men op het einde van de rit uiteindelijk steeds een pak duurder uitkomt. Bovendien is de opgebouwde buffer van 4,5 miljoen euro ondertussen grotendeels al toegewezen aan uitgestelde investeringsprojecten.
De onderbenutting van middelen, vooral op vlak van onderhoud (90.000 euro van onderhoud in gemeentelijk patrimonium bleef onaangeroerd) en investeringen, vormt een risico voor de toekomst en vraagt om een kentering in de huidige legislatuur. Een structurele onderbesteding op onderhoud is geen duurzaam beleid.
De opgebouwde buffer moet doelgericht ingezet worden om uitgestelde projecten in te halen en het gemeentelijk patrimonium duurzaam te beheren. Het is cruciaal dat we de komende jaren niet blijven stilstaan, maar onze beschikbare middelen ten volle inzetten voor een actief, vooruitziend en evenwichtig beleid.
1 Comment
wouter vandeginste
Goed uitgelegd. Dank jullie wel. Uitstelnis zoals men nu zegt: veel werken ineens. Plus de werken die niet door de gemeente uitgevoerd worden. Zou zeggen: Goed bezig.